Rudolf Steiner

Rudolf Steiner is grondlegger van de antroposofie en liet een heel groot en belangrijk spiritueel werk na. Als geestelijke leraar onderzocht hij zelfstandig of vanuit eigen bewuste waarnemingen de zielsgeestelijke samenhangen van het bestaan in tal van levensgebieden zoals o.a. opvoedkunde, architectuur, kunst, geneeswijzen, voeding, landbouw, etc. Vanuit zijn nauwkeurig onderzoek beschreef hij heel haarfijn en in een heldere logica de diverse geestelijke achtergronden en samenhangen van de voor ons zichtbare wereld en fenomenen. Door deze gedachten te lezen, te studeren, te onderzoeken of zelfstandig te denken en te doordenken ontwikkelt de lezer zelf inzicht in de diepere samenhangen van het bestaan. De gedachten van Rudolf Steiner zijn als een licht voor de ziel.

Rudolf Steiner gaf enorm veel van voordrachten voor diverse doelpublieken gaande van de bouwarbeiders van het Goetheanum tot artsen. Deze voordrachten werden in steno neergeschreven en verschenen later in boekvorm. Hij schreef enkele boeken, die dan ook zijn basiswerken zijn zoals ‘de filosofie van de vrijheid’ – ‘De weg tot inzicht in de hogere wereld’, – ‘De wetenschap van de geheimen der ziel’.

Hij ontwikkelde zijn inzichten vanuit een zelfstandig zogenaamd geestelijk schouwen. Dit wil zeggen, hij had de hogere zintuigen zo ontwikkeld waardoor hij de geestelijke wetmatigheden achter de zichtbare fenomenen kon onderzoeken. Deze inzichten kreeg hij dus niet passief doorgegeven zoals bij een medium, maar hij onderzocht zelf-actief de diepere samenhangen vanuit een bewust wakker en zelfstandig waarnemen. Dit is een heel belangrijk verschil. Hierdoor hebben zijn geschriften een heel andere waarde en dragen ze een heel andere geestelijke substantie in zich.

Geesteswetenschap is op die manier een exacte wetenschap, net zoals de ons vertrouwde fysieke wetenschap. Het is geen pseudowetenschap of een vorm van hallucinatie zoals hem dikwijls verweten wordt. Rudolf Steiner onderzocht de geestelijke wetmatigheden vanuit klare objectieve waarnemingen, net zoals iemand een fysieke aangelegenheid lang genoeg onderzoekt en dan de  resultaten van zijn onderzoek te kennen heeft.

Voor de geestelijke leraar is de kosmisch-geestelijke onzichtbare wereld net zo reëel en waarneembaar als de fysieke zichtbare wereld. En deze spirituele of geestelijke wereld bestaat evenzeer als de fysieke zichtbare wereld uit logische wetmatigheden en samenhangen. Net deze samenhangen beschrijft een geestelijk leraar.

Ze zouden door de lezer niet zozeer passief geloofd of intellectueel geïnterpreteerd mogen worden, maar ze zouden in de beste zin door de lezer gedacht en onderzocht moet worden tot hij de waarheid in deze gedachten zelfstandig ook ontdekt.